Spring naar inhoud

Freak

4 oktober 2011

‘Zullen we voor Littleman maar een Happy Meal nemen?’, vroeg Ozzydad onnozel. ‘Lieve help, nee!’, roep ik uit met ogen als schoteltjes,’daar zit een hele burger bij!’ Even later ligt er een klein zakje frietjes voor Littlemans neus, vooruit dan maar, met ketchup . Helaas is de appelsap veel te groot naar mijn zin en dus drink ik er eerst de helft uit. De smaakt komt, net als mijn eigen burger, overeen met de plastic verpakking maar ik houd me goed en doe net alsof het me niets boeit. Voor deze ene keer wil ik het plezier niet bederven en zet mijn gezonde principes overboord. Ik ben voor 15 minuten even geen freak.

Tot mijn grote plezier moet Littleman niets hebben van aardappels. Niet gekookt, niet gepureerd en niet uit de oven. Als we eens een keer buiten de deur eten, kijk ik met genoegdoening toe hoe hij frietjes van mijn bord pakt en ze vol afschuw weer uitspuugt. Hoera, een kind naar mijn hart!
Maar dan is daar de dag waarop Ozzydad met kater en frietjes van de Mac thuis komt. De afschuw is geheel mijnerzijds. Want daar naast Ozzydad zit een klein jongetje frietjes te eten. De allerslechtste, zoutste, vetste en kartonachtigste frietjes verkrijgbaar en mijn kind – mijn blakend gezonde kind – propt zich er helemaal vol mee. ‘Nu begint het’, denk ik bijna in tranen, ‘het hellende vlak van frietjes, chips, snoep, suiker en andere zooi’. Dat het voor een 2-jarige heel normaal is om frietjes lekker te vinden, dat weet ik ook wel. Maar dat wil nog niet zeggen dat ik me zo makkelijk overgeef. Ik zal strijden tot ik er bij neer val (waarschijnlijk in de junkfood-rijke tienerjaren, alleen de gedachte al geeft me slapeloze nachten).

Toch is Littleman nog niet helemaal ‘op het verkeerde pad’. Zo waren we onlangs op een verjaardagsfeestje waar snoep en chips royaal verkrijgbaar waren. Ook nu wilde ik het freak-gehalte laag houden en met een zwaar hart bied ik Littleman een zakje chips aan. ‘Eerlijk is eerlijk’, spreek ik mezelf toe, ‘het is een kinderverjaardag en dan is een klein beetje junkfood heel normaal’. Tot mijn opluchting krijg ik het zakje chips na twee hapjes terug. Afgekeurd. Ik doe bijna een vreugdedansje.
Littleman kiest vervolgens een stokje uit waaraan een spekje en wat rood snoep zit. Het spekje eet hij op maar voor het snoep haalt hij ook dit keer zijn neus op. ‘Goed zo!’, juich ik binnensmonds en geef hem als beloning nog een spekje. Vooruit, die heb je eerlijk verdiend. Niets geeft me echter grotere voldoening als Littleman even later vraagt om een kopje melk. Van alle dingen op het feestje, wil hij het allerliefst melk. Ik mag dan een freak zijn, mijn gezonde strategie werkt wel.

Gelukkig hebben we niet dagelijks kinderfeestjes en bij de Mac Donalds komen we ook maar een keer per jaar. De zeldzame keren dat we een maaltijd halen, kies ik voor fish-and-chips (want Littleman vindt de frieten vies). Wat Littlemans favoriete eten is? De wekelijkse pizza. Van bodem tot en met beleg helemaal zelfgemaakt. Niks geen zooi erin en Littleman weet niet dat de tomatensaus boordevol spinazie zit. Hij krijgt zelfs na afloop een beetje vanilleijs. Tenslotte kan ik Littleman niet zijn hele leven voor de boze buitenwereld beschermen. Een wekelijks beetje ijs lijkt me een prima begin. Voor het aankomende jaar.
Alhoewel ik nog wel op zoek ben naar een tweedehands ijsmachine. Zodat ik suikervrij ijs kan maken met light-room.

Sorry Littleman. Als je straks groot bent en als tiener met je vrienden na schooltijd thuis komt, zal ik heel erg mijn best doen geen freak te zijn. Maar ik kan nog niet beloven dat er dan een zak chips voor je klaar ligt. Misschien een granenmuffin. Die vond je vroeger toch ook lekker? zeg ik dan als je je beklag doet. En anders eet je maar een appel.

Wonder

2 juni 2011

Vrijdag. Littleman is boos. Van boosheid wil hij niet in zijn autostoel. Met zijn benen schopt hij alle kanten op, zijn rug kaarsrecht. Half gedraaid wijst hij wanhopig naar het gebouw achter hem. Ik weet precies waarom hij boos is en begrijp het ook nog heel goed, maar ik kan er verder heel weinig aan doen. “Ik weet het jongen”, zeg ik troostend. “Mama wist toch ook niet dat de meneer geen foto’s zou laten zien vandaag? Als we straks thuis zijn, mag jij naar de foto kijken, goed?” Littleman geeft zich uiteindelijk, na lang praten en veel beloftes, toch maar over en valt even later als een blok in slaap. Boos zijn maakt moe. (Of maakt moe zijn boos?)

Een paar dagen eerder. “145 slagen per minuut”, controleert de mevrouw op een scherm voor haar. “Dat is heel netjes.” Littleman staart verbaast naar het scherm dat aan de wand hangt. Met vragende ogen kijkt hij naar Ozzydad. “Die, wow?” “Jaha”, knikt Ozzydad trots, “that’s beautiful, isn’t it?”. Ik vind mooi een understatement. Het is prachtig, het is bijzonder, het is het allergrootste wonder!

De laatste weken. De ene dag half brak op de bank, meestal met bonkende slapen. De andere dag het maximale uit de dag halen; boodschappen doen, met Littleman naar de speeltuin, lasagne koken voor in de vriezer als back-up voor de brakke dagen. Soms denk ik dat wij mama’s helden zijn. Hoeveel offeren we wel niet op voor een paar glimmende kleine oogjes die stralen ‘ik houd van jou’?
Kijk, en dan heb ik nog maar één peuter die over me heen klautert terwijl mijn hoofd zeer doet. Heldin mama F. heeft er twee en zij heeft ook een bonkend hoofd. Een regelrechte heldendaad!
Ik ben bovendien full-time mama dus ik kan en mag brak op de bank liggen. Niemand die me aan mijn jasje trekt. Dit alles in tegenstelling tot heldin mama M. die niet alleen twee koters heeft, maar er daarnaast ook nog een baan op na houdt (en ‘s ochtends ook nog misselijk is!). Dat is heldin-zijn in zijn allerpuurste vorm.

Weet je wat het gekke is: ondanks de slapeloze nachten, de kruimels en vlekken op de ooit zo mooie meubels, het niet kunnen kijken van je favoriete televisieprogramma, de schaamteloze huilpartijen in de supermarkt en het ‘s avonds uitgeteld in bed schuiven; je zou het allemaal zo over doen. Wie niet? Sterker nog, ik wil meer!

Daarom was Littleman zo boos. Ik had Littleman beloofd dat hij die dag – net als een paar dagen eerder – weer naar de foto’s mocht kijken. De foto’s bij de ‘wow’ (‘mevrouw’) die hem voor het eerst het nieuwe wonder lieten zien. Bij de tweede afspraak moesten we echter heel lang wachten, kregen we een envelop in onze handen gedrukt en werden we snel door de deur naar buiten gewerkt. Een boze, diep teleurgestelde Littleman nam ik aan de hand mee. Hij bleef wijzen naar het grote gebouw en vroeg met grote ogen: ‘baby’? Ja lieve Littleman, mama zou de baby ook nog wel 100 keer willen zien. Zelfs 1000 keer is niet genoeg. Maar voor nu hebben we die ene foto thuis. En die is toch ook heel mooi? Het kan Littleman niet tevreden stellen.

Ach wacht maar mooi mannetje. Jouw tijd met de baby komt nog wel. Straks, als mama zich na een slapeloze nacht weer brak op de bank legt. Als zowel jij als baby X het op een gillen zetten in de supermarkt. Als de koekkruimels op de sofa zich vermengen met babyspuug. Dan, dan mag jij er heel lang naar kijken. Terwijl mama dan denkt aan de vele heldinnen die precies hetzelfde doen; alles voor twee of drie paar oogjes die zeggen ‘ik houd van jou’.

Dutch mama

Kater

17 april 2011

De eerste dagen thuis wilde ik nergens mee te maken hebben. De lange reis had me lichamelijk uitgeput, mentaal vond ik de ervaring even slopend. Littleman gedroeg zich niet eens zo onaardig – hij huilde net zo weinig als hij sliep. Maar het 20 uur klimmen en klauteren op vliegtuigstoelen, het bij elkaar graaien van speelgoedonderdelen vanonder mijn buurmans (stinkende) voeten en het proberen te sussen van acute aanvallen van ongeduld van Littleman haalde het maximale uit mijn vermogen als mama. Ik was er helemaal klaar mee.

De eerste week bracht ik – mede door slaapgebrek en jetlag van zowel Littleman als mij – voornamelijk binnen door. Nu regende het buiten toch en dat maakte mijn Holland-kater er niet beter op. Ik betrapte me op gedachten als ‘wat doe ik hier eigenlijk’ en ‘zelfs in Nederland schijnt er meer zon’. Toen de zon dan eindelijk wel ging schijnen, voelde ik me zo schuldig over Littleman’s week binnen dat ik de boel met veel tegenzin naar ons vaste park sleepte. Het leek nu wel heel erg op ‘back to normal’ maar mentaal was ik daar nog helemaal niet aan toe.

In het park leefde Littleman zich als vanouds uit op de speeltoestellen. Ik daarentegen hing er lamlendig bij. Ik vond de zeewind te koud, het park te druk, de mensen te lelijk en daar bovenop spraken ze ook nog engels. ‘I don’t want to be here‘, zei ik mismoedig en noodgedwongen in diezelfde enge taal tegen Ozzydad. ‘I really don’t‘. Ozzydad probeerde me op te beuren. ‘Hey, there’s nothing wrong with being home, is there?’. ‘Oh there’s nothing wrong with it‘, moest ik toegeven. Het was alleen dat ik er op het moment ook weinig goeds in zag. Wat is er ook alweer zo sweet about home?

Tijd heelt alle wonden, net als strollergroup, moedersgroep, een feestje in het weekend en kerk op zondag. Oh en vergeet mijn Nederlands vriendin, mama J. niet. Met een hele maandag vol strand en stroopwafels stuurde ik het laatste stukje kater op retour. Want eerlijk is eerlijk: het is het goede van twee werelden om op een prachtig strand aan een azuurblauwe zee lekker Nederlands te keuvelen terwijl je de laatste kruimels stroopwafels uit je mond hoek veegt. Wel jammer dat mijn zonnebril zich bij thuiskomst aftekende in mijn gezicht en mijn neus de volgende dag knalrood was. Maar ik wilde in ieder geval weer iets te maken hebben met dit land ‘called home’.

‘I think I want to be here again‘ zei ik wat later die week tegen Ozzydad. Hij haalde opgelucht adem. Heel even dacht hij dat ik erin zou blijven steken, die Nederland depressie. Ach nee, stel je niet aan. Nothing wrong with being home, is there?

Dutch mama

Knapen van Oranje

17 maart 2011

Het was even wennen in het begin. Al die lagen kleding maakten een Michelin-poppetje van hem. Niet gewend aan een sjaal, muts, wanten en een dikke jas raakte hij haast zijn balans kwijt bij het lopen. De koude wind maakte het er niet beter op. Maar Littleman liet zich niet kisten door een beetje Hollandse kou. Binnen no-time paste hij helemaal in het straatbeeld.

Waar Australische jongetjes met gebruinde wangen zand scheppen in goedkope emmertjes, lopen Neerlands knapen met rode neuzen en een snottebel door zompige modder in tochtige speeltuintjes. Moeders staan er kleumend bij, de heupen wiegend en met de voeten stampend om nog wat warm te blijven en met een tweede koter verstopt onder dikke lagen stof in een overkapte kinderwagen. Waar ik gewend ben aan ‘Riley, its time to go home or you get burned’ hoor ik nu ‘Kom Jup, we gaan naar binnen, mama heeft het koud’ om me heen. (wat beide werelddelen dan weer wel gemeen hebben is het uitkiezen van afschuwelijke voornamen. Maar dat terzijde.)

Nu sta ik niet graag heupwiegend in een winderig Amsterdams speeltuintje. Bij voorkeur laat ik Littleman dan ook een frisse neus halen in het park bij de eendjes. Maar het zal zijn warmbloedigheid zijn, hij heeft het er zo gezien. Als ik vraag of hij zin heeft in een babychino laat hij graag de vijver met gepaarde kou achter zich. Nu is er belangenverstrengeling in het spel want wij hebben het geluk vlakbij de kanjer Coffee@last te zitten. Dan wordt de frisse neus ineens verschoven naar uitwaaien tijdens het wandelingetje naar de supermarkt en strijken Littleman en ik neer voor koffie. Hier schenken ze wel even wat anders dan het standaard slootwater dat in Nederlandse cafes doorgaat voor koffie.

Na bijna drie weken Nederland zitten we daar nu regelmatig. Littleman is inmiddels niet meer alleen met zijn babychino. Het drinken gaat samen met een rochelende hoest, zijn koekje wordt vermengd met de snottebel uit zijn neus. Zijn handen warmen maar langzaam op en zijn glazige ogen van verkoudheid observeren de wereld door een Nederlandse bril.

Het koste hem een korte twee weken maar dan doet hij ook nauwelijk onder voor zijn soortgenoten. De knapen van Oranje met hoest, rode neus en snottebel. Het enige wat hem verraadt is het restantje strandkleur op zijn wangen.

Dutch mama

Koffer

26 februari 2011

Dinsdag nam hij een oude aktentas van Ozzydad mee de auto in. Woensdag was het de rugtas van papa die hij achter zich aansleepte. Vandaag ging hij zover als de legoton die hij vervolgens prompt naast zijn zitje zette. Waar hij naartoe ging met zijn atributen? Het vliegveld wees hij enthousiast de lucht in.

De grote stiefbroer van Littleman was op bezoek vorige week, met reiskoffertje en al. Stiefbroer komt regelmatig helemaal vanuit Melbourne logeren. Littleman had zodoende het geluk hem op het vliegveld uit te zwaaien. Littleman had nog meer geluk toen het vliegtuig vertraagd bleek en hij twee uur lang het reiskoffertje van zijn broer achter zich aan mocht trekken. Waar Ozzydad zich gapend zat te vervelen en zijn 9-jarige zoon zijn zakgeld in een snoepautomaat gooide, had Littleman de tijd van zijn leven. Zodoende kwam het dat de rest van de week elk sleepbaar onderdeel in het huis dienst deed als koffer. De aktentas ging mee de supermarkt in, de rugtas werd naast de schommel in de speeltuin gezet. Dat er geen vliegveld in de buurt was deerde hem wel degelijk, maar er zat niets anders op.

Vandaag trok Littleman zijn eigen kleine koffertje achter zich aan. Hij liep trots als een pauw, glimmend van enthousiastme en in zijn fantastie al op weg naar het vliegveld. Blijkbaar mag je daar alleen naar binnen als je iets achter je aansleept.

Wat mama achter zich aansleept? Behalve een loodzware koffer; een hart dat ergens op haar tenen hangt, een enorme ontkenningsfase waar ze al een week in verkeert en een eigenwijs optimistische instelling dat de oceaan oversteken met een anderhalfjaar oude, overactieve peuter ‘best te doen is’.
(Ook al is dat het niet.)

Ik mag in ieder geval het vliegveld binnen met zoveel ballast.

Dutch mama

Business

16 februari 2011

Was aan de waslijn, Littleman aan zijn middagdut, Ozzydad als babysitter, ik gedoucht en gekleed. Ozzydad noemt het gekscherend mijn ‘business lunch’. Op mijn beurt had ik eigenlijk geen idee waarom mama S met mij een kopje koffie wil drinken, behalve dan dat ‘she had a business she would like to have a chat with me about’ . Maar ik neem elke uitnodiging voor een kindvrij uurtje met open armen in ontvangst.

Ik ken mama S via het kraamcentrum waar Littleman geboren is. Het centrum richt zich voornamelijk op mama’s die een natuurlijke geboorte willen zonder verdoving of zogenoemde ‘interventies’ van dokters met klemmen en pompen – iets wat Down Under vrij uniek is. Het gros gaat door de ziekenhuismolen wat gepaard gaat met ruggenprikken en verdovend gas om te inhaleren. Als nuchtere Nederlander met zowel moeder als vriendinnen die niet anders weten dan dat kinderen thuis in de slaapkamer worden geboren, deed dit bij mij de haren recht overeind zetten. Zo kwam ik terecht in het kraamcentrum, wat – om bij mijn punt te komen – ook een soort community vormt met andere moeders die er bevallen zijn of willen bevallen. En daar ken ik mama S dus van. Het lijkt me niet meer dan logisch dat onze afspraak hiermee te maken heeft. Misschien is ze op zoek naar vrijwilligers?

Aldus zitten wij aan een tafeltje onze koffie weg te nippen. Mama S is in verwachting van de tweede en dat geeft genoeg stof tot praten. Mama S is bovendien Zweeds en heeft haar gehele familie- en vriendenkring achtergelaten voor een leven met haar Australische man aan deze kant van de aarde. Duidelijk nog een match en we kletsen met gemak een uur weg. Om het af te maken heeft ze ook nog bij mij in de straat gewoond. Net op het punt waarop ik denk dat er een geweldige vriendschap aan het ontspruiten is, haalt ze een zwarte map tevoorschijn. “Lets get to the point here“, zegt ze met een verrassend strak gezicht. In plaats van de gehoopte follow-up van gedeelde interesses, verwelkomt ze me in de opvolgende 30 minuten in een wereld van telecommunicatie, winstpercentages en potentiele klanten – waaronder voornamelijk mijn eigen dierbare familie en vrienden.

Ik zit met mijn ogen te knipperen. Ik voel me gevangen, in de val gelopen en verraden. “Is this something you can see yourself doing?” vraagt ze ter afsluiting, met het contract al bijna in haar handen. Ik probeer aardig te blijven en opper hier en daar wat bezwaren. Maar heimelijk heb ik alle papieren al in de prullenbak gegooid, samen met de potentiele vriendschap.

Hoe mijn lunch was, vraagt Ozzydad even later met een uitgeslapen Littleman op zijn arm. Businessy – zeg ik gefrustreerd. De volgende keer neem ik een Bijbel mee en ga ik haar na anderhalf uur kletsen over koetjes en kalfjes proberen mee naar de kerk te krijgen. Dan is het in ieder geval niet zonde van mijn tijd geweest.

Water

14 januari 2011

Dinsdag 11 januari, 13.00uur. Sjokkend liepen we in de stromende regen door Brisbane, op zoek naar iets te eten. Brommend riep ik naar mijn zus en zwager uit Nederland dat zij voor dit weer vast niet naar Australie waren gekomen. De paraplu boodt maar nauwelijks bescherming tegen de hoeveelheid water die onophoudelijk naar beneden stroomde. Littleman had in ieder geval de kap van de kinderwagen nog als dak boven zijn hoofd. Later zou blijken dat zelfs dit voor veel kinderen een luxe werd.

Eenmaal op de terugweg in de trein las ik in een sms een oproep van Ozzydad om zo snel mogelijk naar huis te komen want Brisbane dreigde onder water te lopen. Ik haalde mijn schouders op, zo’n vaart zou het niet lopen, we waren zojuist nog bij de rivierkant geweest en dat zag er behalve nat nog prima uit. Toen we echter bij thuiskomst het nieuws aanzette, bleek dat we een rampgebied-in-spe hadden achtergelaten. De volgende dag stonden diezelfde straten en zelfs het museum waar we met Littleman zoveel plezier hadden gehad vol met water. Met open mond bekeken we de beelden. Hoe kan dit, hoe moet dit?

200.000 mensen slachtoffer -waarvan 16 die het niet overleefden. Een gebied ter grootte van Frankrijk en Duitsland bij elkaar onder water. Driekwart van de staat Queensland direct getroffen. Vijf miljard dollar aan schade.
Maar ook: 11.000 vrijwilligers die vrijdagochtend klaarstonden om de modder uit de huizen te vegen zodra het waterpeil zakte. 54 miljoen dollar aan donaties voor noodhulp. Het optimisme. ‘Het had erger gekund’. ‘Huizen kun je herbouwen, verloren levens laten voor altijd lege plekken achter’, zijn veelgehoorde opmerkingen.

Dan. Brazilie met 500 doden door overstromingen. Voor altijd lege plekken.

Het had inderdaad erger gekund. Ook al zullen 200.000 Queenslanders nog maanden aan het opruimen zijn.

I wish to shop

30 november 2010

Mijn ouders uit Nederland zijn op bezoek. Vier hele weken komen ze opa en oma zijn voor Littleman en voor mij betekent het behalve veel gezelligheid ook de zo gewenste oppas om de hoek. Eindelijk!

Zodra ik hoor dat de gasten begin November op de stoep staan, begint er zich in mijn hoofd een lijstje te vormen van al die dingen die ik ga doen in mijn mama-vrije uren. Het voelt alsof ik na anderhalf jaar hard werken eindelijk mijn vrije dagen mag gaan opnemen. De mogelijkheden zijn eindeloos.

Ik ga in ieder geval winkelen. Veel, lang en met een hele dikke creditcard (van manlief bij voorkeur). Daarnaast vechten de kapper en nog meer winkelen om een tweede plek. ‘Uit eten met geliefde’ en ‘winkelen mét geliefde’ vechten voor de derde plaats en de rest van het lijstje wordt of opgevuld met nog meer winkelen of terrasjes in de zon. ‘Of zullen we lekker een weekendje weg gaan met z’n tweeën,’ opper ik op een avond aan Ozzydad?‘ Alsof het lijstje al niet lang genoeg is. Mijn ouders krijgen in ieder geval genoeg kans hun kleinzoon goed te leren kennen. Aan mij zal het niet liggen.

De grote dag breekt aan. Na lang wachten sluiten we de familie warm in onze armen. Wees welkom! ‘Kijk Littleman, dit zijn je opa en oma!’ Ondanks de weken van voorbereiding laat hij geen blijk van herkenning merken. Het gaat duidelijk even duren voor hij het ijs laat smelten. ‘Geen haast, we hebben de tijd’, roep ik overtuigd.

En wat een tijd werd het! Want na vier weken opa en oma ben ik apetrots op mijn kleine vent. Hij ontdooide, lachte en had onvoorwaardelijk lief. Hij speelde met ze, las boekjes met ze, fietste op zijn nieuw gekregen driewieler en werd gruwelijk verwend door ze.
De grootouders op hun beurt genoten met even volle teugen. Bang om iets te missen van hun kleinzoon, boekten ze slechts twee dagtrips in de omgeving. De rest werd met fiets en kleinzoon achterop afgelegd. Kangeroes lopen hier aan het einde van de straat en voor de zee hoefden ze ook maar een blokje om te fietsen. Geen reden om ver weg te gaan.

En ik? Van winkelen en de kapper kwam het niet. Samen uit eten deden we welgeteld één avondje en notabene bij het slechtste restaurant in de regio. Op de laatste zaterdag renden we last-minute toch nog de deur uit om samen even te winkelen, het weekendje weg werd nooit meer genoemd. Ozzydad vroeg wat ik eigenlijk wél had gedaan in al die uren die mijn ouders op Littleman paste. Ik moest hard nadenken. ‘Ehm, ik geloof dat ik een keer in mijn eentje naar de bieb ben geweest.‘

Genieten van de rust. Dat heb ik gedaan. Wat er nu nog op mijn lijstje staat? Een vaste oppas.

Later

19 november 2010

Littleman wacht een fantastisch leven. Allereerst is hij een natuurlijke uitblinker op school. Daarnaast zullen wij als ouders er alles aan doen hem te helpen in het vinden en bereiken van zijn droom. Want Littleman, je hebt het maar voor het kiezen als je later groot bent.

Als Littleman later groot is, wordt hij autocoureur bij Formule 1. Hij begint op 5jarige leeftijd met lessen op de lokale kartbaan waarna hij de ladder langzaam opklimt richting een carriere van reizen rond de wereld en een leven vol uitdaging en luxe. Of hij wordt prof-tennisspeler en gaat in de leer bij Rodger Federer. Hiervoor oefent hij vanaf zijn 3e jaar op de tennisbaan achter ons huis en vanaf schoolgaande leeftijd staat hij ‘s ochtends om 5 uur op voor zijn tennislessen. Natuurlijk mag hij ook kiezen uit een carriere van astronaut waarna hij de tweede man op de maan wordt, vijftig jaar na dato. Hard werken, dag en nacht studeren, maar het is het o zo waard.
Als hij dat allemaal niets vindt, kan hij altijd nog een loopbaan in de keukens van Jamie Oliver ambiëren, waarna hij zijn eigen strijd start tegen overconsumptie terwijl hij op het zelfde moment aandacht vraagt voor armoede in hongerige werelddelen.

Voila zoon, je ziet, je hebt het maar voor het kiezen.

Natuurlijk moet de boel wel een beetje in balans zijn. Daarom sturen we onze kanjer een middag naar muziekles waar hij trombone en basgitaar speelt. Gewoon, omdat hij misschien ook wel muzikale kanten heeft. Stel je voor dat hij zijn doel mist in het leven. Voor zijn spirituele kant mag hij op zaterdagmiddag helpen bij het voorbereiden van de kinderkerk en mag hij meezingen in het kinderkoor. Mocht hij één van de activiteiten niet leuk vinden, hebben we altijd nog een schildercursus achter de hand waarvoor we hem alvast maar op de wachtlijst hebben gezet.
Overigens wordt er natuurlijk wel van Littleman verwacht dat hij zijn best doet op school. (anders hebben we altijd nog de huiswerkcoach. En oh ja, voor we het vergeten: hij moet wel zonder zijwieltjes fietsen op zijn 4e.)

Lang zo gek niet, al die plannen. Tot ze allemaal in de soep lopen. Dan pakken we onze biezen en gaan we op bezoek bij hoogleraar Paul Helders in het UMC in Utrecht. Die ons dan eens stevig de les leest. Want volgens hem zijn wij als ouders knettergek en een klein beetje doorgedraaid. Dat verbaast me niet maar dat het vele ouders wel de wenkbrauwen doet optrekken, verbaast me dan weer wel. Lees dit maar eens: Laat dat kind met rust

Dus weet je Littleman, bij nader inzien hoef je helemaal niet zo je best te doen op school. En fietsen doe je maar op je 8e. Of helemaal niet want hier in Australië vinden ze dat toch maar gevaarlijk. Ik breng je, net als al die andere moeders, wel lekker elke dag met de auto naar school. Die trombone hang je maar in de wilgen en dat kinderkoor is ook aan de sappige kant.
Last but not least: je mag helemaal zelf weten wat je wordt. (Als het maar wel F1 coureur, tennisspeler of keukenprins wordt. Of iets artistieks maar muzikaal mag ook.)

Verder zoek je het maar lekker zelf uit. Want wij gaan je verschrikkelijk met rust laten. Echt.

Dutch mama

Je weet wel, opvoeden

9 november 2010

Littleman wordt groot. Nu worden alle kinderen groot, dat is niets bijzonders. Maar met dat groter worden ben ik als mama officieel baby-af. En dat is heel bijzonder kan ik je vertellen. Sterker nog, het stelt je zelfvertrouwen dusdanig op de proef dat ik me soms begin af te vragen of ik niet gewoon schoonmaakster had moeten worden in plaats van moeder.

Voorheen – back in de babydagen – had ik de uitdaging Littleman vooral van veel voeding en veel slaap te voorzien. Nu echter. Nu zijn we in het stadium beland waarin ik voortdurend allerlei dilemma’s tegen kom die het niveau slapen overstijgen. Opvoeden heet dat. Althans, als je het goed doet. Zo niet, dan heet het ‘het slechte voorbeeld geven’. Persoonlijk houd ik het bij ‘geen idee hebben’ of ‘ met de handen in het haar zitten’. Of een combinatie van deze.

Dilemma 1:We hadden onlangs weer eens een verjaardagspartijtje in mijn moedersgroep. Voor de kleintjes is er een bescheiden tafeltje met wat te knabbelen. Dat Littleman dat knabbelen behoorlijk letterlijk neemt blijkt even later als ik kom kijken of hij lief aan het spelen is. Meneer staat bij de kindertafel zich vol te stoppen met koekjes, crackers en rozijntjes, zijn mondje propvol en zijn handjes maximaal gevuld. Ik grijp in, haal hem weg bij de tafel en zeg dat het zo genoeg is. Littleman slikt een keer, stopt de resterende crackers in zijn mond en loopt steevast terug naar de tafel met lekkers. Zo verandert het verjaardagsfeestje in een stille strijd waarvan ik geen idee heb hoe die te beëindigen. Is Littleman te jong om uit te leggen dat het ‘ongegeneerd kanen’ beschamend is of moet ik juist nu voet bij stuk houden en hem blijven corrigeren? Ik voel wanhoop in mijn keel opborrelen. Ik heb geen idee!

Dilemma 2: Op een of andere manier is Littleman altijd de jongste in de groep. Waar we ook naar toe gaan, het speelmaatje is altijd ouder en meestal assertiever. Vorige week gingen we bij een vriendinnetje spelen. Het was mooi weer dus de teiltjes met water werden gevuld en de koters kunnen hun gang gaan. Tot de 2-jarige LittleC expres een kopje water in Littleman’s gezicht gooit. Littleman gaat zielig zitten huilen. Ik zet hem overeind en zeg dat het niets geeft. Ga maar weer lekker verder spelen. Tot LittleC zijn kannetje water afpakt en hem expres omduwt. Weer gaat Littleman zielig zitten huilen. Weer zet ik hem overeind, geef hem een knuffel en moedig hem aan om verder te spelen. Zo gaat het een uurtje heen en weer geduw, getrek en geplaag door tot ik het zat ben en voorzichtig aan geef dat we er zo vandoor gaan. Met in mijn hoofd duizend vragen. Ik kan wel heel hard tegen Littleman zeggen dat het niets geeft, maar ondertussen geeft het wel. Vind ik. Maar ja, wat doe je in zo’n geval? Littleman leren dat hij van zich af moet bijten en hardop tegen hem zeggen dat hij gerust terug mag duwen? Ik heb helemaal geen zin om hem geweld aan te leren. Maar een beetje assertiviteit kan ook geen kwaad. Ik voel het in mijn keel weer borrelen. Weet ik veel!

Soms, als ik weer strijd voer met mezelf, kijk ik met een schuin oog naar andere mama’s. Jij daar, mama met dat blonde haar en je eigenwijze blik, vraag jij je nooit nooit af hoe het moet? Of jij, mama met je sproeten en twee kids in de kinderwagen, waarom zie ik jou niet wanhopig rond kijken op zoek naar raad? Tot nog toe zie ik alleen maar erg zelfverzekerde gezichten met kinderen die zich niet volproppen op feestjes en kleintjes die niet worden omgeduwd.
Maar weet je blonde mama, eet jouw kind netjes zijn erwtjes op ‘s avonds? De mijne wel. Hij eet als een tierelier. En mama met de sproeten, gaat de jouwe ‘s middags nog een dikke twee uur onder zeil? Of alleen na lang protesteren? Littleman geeft geen kik en slaapt tot hij niet meer moe is.

Zie je wel, was het toch niet nodig om schoonmaakster te worden. Ik ben hooguit blijven steken op het niveau van eten en slapen. De rest legt Littleman me later nog maar eens uit. Als hij groter, ouder, wijzer én assertiever is geworden. En dat laatste kan hij dan zowel in het Nederlands als in het Engels doen. Lekker puh.

Dutch mama

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.